Een groot verschil met nu. Jonge mensen zijn veelal specifiek opgeleid voor de overheid, hebben de ambitie daar veel te leren en ook snel van de ene naar de andere functie te gaan, in een pijlsnelle tocht naar de top, misschien bij hetzelfde ministerie maar liever een ander ministerie, en nog liever in het buitenland. Tussendoor zeker nog een paar jaar consultant. Een blackberry is wel het minste dat je moet hebben zodat je 24 uur per dag 7 dagen per week rechtstreeks met de minister en als het zo uitkomt ook kamerleden en lobbyisten communiceert. Reikhalzend kijk je uit naar de vette bonus die je zult krijgen bij het afronden van het zoveelste interdepartementale project, mooi meegenomen voor die derde vakantie in een jaar naar het Andesgebergte.
Verschillen te over dus. Maar toch: er zijn ook grote overeenkomsten, en ik kan het weten want ik ben ook ooit begonnen als jonge ambtenaar En nog wel in het toenmalige project Bezetting Hogere Functies Rijksdienst. Aan mijzelf afgemeten een succesvol project. Ik denk dat de overeenkomst is dat zowel toen als nu de drijfveer om bij de overheid te gaan werken was: gevoel voor de publieke zaak. Interesse in het leveren van een bijdrage aan een betere maatschappij. Ambitie, niet gericht op het verdienen van veel geld (geen bezwaar natuurlijk, en laten we wel zijn: ook best redelijk in orde) maar op het meewerken aan een beter en gelukkiger land. Of op het doen van leuk, uitdagend werk waarover je ook dagelijks in de krant leest. Een werkomgeving met veel variatie, soms grote spanning, veel contacten, nationaal en internationaal.
Met een verwijzing naar het begrip DNA: dat soort elementen zat vroeger in de genen van een ambtenaar en dat moet er nu ook nog inzitten. Vroeger had hij (je had toen nog niet zoveel vrouwelijke beleidsambtenaren, dat is ook wel een verschil) daarbij vernieuwingsdrang nodig en nu ook. Vroeger moest je over muren heen kunnen stappen en nu ook. In dat opzicht is er niet veel veranderd. Ook gebleven zijn de eisen van vakbekwaamheid, loyaliteit en integriteit. Dat soort genen onderscheidt de ambtenaar toch nog steeds een beetje van een gewone werknemer. Elke tijd heeft natuurlijk zijn eigen accenten, maar een aantal hoofdingrediënten zoals ik die hier heb genoemd blijft hetzelfde. En bovenal blijft gelden dat een land er recht op heeft bestuurd te worden door ‘the best and the brightest’. Het is gek dat de samenleving met minder tevreden zou zijn. Mijn hoop is dan ook dat we die top ook in de toekomst bij ons zullen krijgen, voorzien van een DNA dat spoort met die van DNA, maar ook veel lijkt op bepaalde genen van DOA.
Roel Bekker is secretaris-generaal voor de Vernieuwing Rijksdienst.